E-mailadres voor direct marketing

Organisaties krijgen soms, al dan niet toevallig, naar aanleiding van een interactie het e-mailadres van hun klanten in hun bezit.

De verleiding bestaat dan om dat ontvangen e-mailadres te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor het e-mailadres werd bekomen.

Bijvoorbeeld krijgt een organisatie of een bedrijf het e-mailadres naar aanleiding van een klacht van zijn klant, en wilt dat e-mailadres dan gebruiken om bijvoorbeeld nieuwsbrieven te sturen of om promotionele acties te voeren.

Mag een organisatie of een bedrijf dat een e-mailadres van een klant heeft gekregen dit eigenlijk ook gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het e-mailadres werd bekomen?

Toestemming

Om een e-mailadres te kunnen gebruiken voor doeleinden van directe marketing moet de organisatie of het bedrijf vooraf de toestemming van de titularis van dat e-mailadres hebben bekomen.

Dit betekent dat het bedrijf of de organisatie, alvorens het bekomen e-mailadres te gebruiken voor direct marketing de toestemming, voor ieder doel hij het e-mailadres wenst te gebruiken, aan de klant moet vragen voor het gebruik van zijn e-mailadres.

Het volstaat niet om deze vraag voor toestemming via een algemene formulering te stellen.

De klant dient immers te weten waarvoor men zijn e-mailadres gebruikt.

Verzet

Werd het e-mailadres door het bedrijf of de organisatie bekomen via de verkoop van goederen of van een dienst, dan kan de organisatie of het bedrijf dit e-mailadres slechts gebruiken voor direct marketing van haar eigen gelijkaardige producten of diensten indien de klant duidelijk en afscheidelijk van de andere elementen van de koopovereenkomst de mogelijkheid werd geboden om zich tegen het gebruik van zijn e-mailadres te verzetten.

De mogelijkheid tot verzet moet aan de klant worden geboden bij iedere communicatie, indien de klant zich vooraf zich nog niet heeft verzet.

Direct marketing

De volgende vraag die gesteld moet worden is wat er onder het begrip Direct marketing dient te worden begrepen?

Om te beginnen gaat het om communicatie; maar welk soort communicatie?

In een arrest inzake een prejudiciële vraag heeft het Europees Hof van Justitie beslist dat de term “communicatie” zeer ruim is opgevat. Het betreft een communicatie dat alle informatie omvat die wordt uitgewisseld of overgebracht tussen een eindig aantal partijen via een openbare elektronische-communicatiedienst.

Ten tweede dient de communicatie een aanprijzend karakter te hebben, ongeacht of er al dan niet een geldelijk aspect bij gemoeid is.

M.a.w. van zodra men via een openbare dienstverlener een communicatie voert via e-mail en de inhoud van deze e-mail heeft een aanprijzend karakter, dan heeft men te maken met Direct marketing, waarbij het irrelevant is of hetgeen men aanprijst een geldelijk aspect heeft of niet.

Samengevat kan men stellen dat van zodra men iets wenst aan te prijzen men daarvoor de toestemming van de betrokkene nodig heeft, en bovendien moet men de betrokkene wiens e-mailadres men gebruikt de duidelijke en eenvoudige mogelijkheid geven om zich iedere keer men een communicatie voert te verzetten tegen het gebruik van zijn e-mailadres wanneer de betrokkene dat nog niet reeds zou hebben gedaan.

Bloep, 29 maart 2026.